Litouwen: ‘alleen gepensioneerden, invaliden en gekken blijven’

Een verlaten gebouw in Vilnius.
Een verlaten gebouw in Vilnius.

In West-Europa is immigratie een discussiepunt, maar in het oosten juist de emigratie. Zo merkt Litouwen steeds meer de gevolgen van een alsmaar aanhoudende leegloop van het nieuwste euroland. Op zoek naar meer geld laten zij, vooral hoogopgeleide mensen, hun geboorteland achter zich. Degenen die achterblijven, proberen het hoofd boven water te houden.

Op het dakterras van een grote shopping mall in Vilnius bladert Šarūnė Juozauskaitė door het menu van een restaurant. “Dat gerecht kost zes euro. Wel heel duur, hoor”, zegt ze enigszins beteuterd. De 23 jaar oude Litouwse kreeg een paar dagen eerder te horen dat het bedrijf waar ze als stewardess werkte, vliegmaatschappij Air Lituanica, failliet ging. Daarom let de goedlachse jonge vrouw op de kleintjes, tot ze een nieuwe baan heeft. Er is een droom. “Het zou wel leuk zijn om op termijn werk te vinden in een ander land.”

Šarūnė is één van de velen die erover denkt om Litouwen in te ruilen voor een ander land. Sinds het zich afscheidde van de voormalige Sovjet-Unie in 1990, is de bevolking met meer dan een vijfde gekrompen. Woonden er destijds 3,6 miljoen mensen, nu is dat 2,9 miljoen. Een deel daarvan is geëmigreerd en dat aantal stijgt sinds de toetreding tot de Europese Unie in 2004 steeds meer. Vooral voor een hoger salaris. “Een vriendin studeert in Engeland en daar ben ik een klein beetje jaloers op. Een ander doet dat nu in Noorwegen, omdat haar vriend daar al woont.”

Studenten
Van alle emigranten was in 2014 36% tussen de 20 en 29 jaar oud. Een mogelijke strop dus voor de scholen. Op de Mykolas Romeris University (MRU), een paar kilometer buiten het centrum van Vilnius, ziet Sarmite Mikulioniene het met lede ogen aan. In een grote ontvangstkamer, die echter akelig leeg is, spreekt ze trots over de geschiedenis van MRU. “Een tijd terug was dit de op één na grootste universiteit. Op zijn top waren 21 duizend studenten”, zegt de universitair hoofddocente. “Vanwege de trend dat mensen het land verlaten, zijn er steeds minder studenten over. Nu zijn het er op deze universiteit volgens mij zo’n 15 duizend.” Ze is even stil, maar vervolgt. “En de toekomst ziet er niet zo rooskleurig uit. We denken echter niet aan sluiten.”

Een infographic met de feiten in het kort.
Een infographic met de feiten in het kort.

Volgens UNESCO bevonden van de 140 duizend Litouwse studenten er zich in 2014 meer dan twaalfduizend in het buitenland. Dat is 1 op de 11. Daarmee laat het de andere Baltische landen, Letland en Estland, achter zich.

Niemand voor in de keuken
Bedrijven in alle branches vinden hierdoor steeds moeilijker geschikt personeel. Ook Bernie ter Braak, de Nederlandse eigenaar van café Cozy in het hart van de stad, voelt de teruggang. “Heel sterk. Het is op dit moment onwijs lastig om personeel te vinden. Ten eerste is het aanbod veel kleiner. De vraag is groter, want Vilnius blijft nog wel steeds verder ontwikkelen. Als je ziet hoeveel horeca er nu is en hoeveel dat vijf jaar of tien jaar geleden was, is de vraag enorm toegenomen.”

“Met name in de zomer is het ontzettend lastig”, spreekt Bernie uit ervaring. “Ten eerste is er meer vraag, want alle terrassen zitten vol, meer toerisme en dat soort dingen. Er is ook een enorme vraag aan de kust, bij Klaipeda en badplaats Palanga. Er zijn best wat mensen die in Vilnius werken, maar in de zomer vier maanden die kant op gaan omdat ze een hoger salaris krijgen. Dat laatste valt overigens wel mee, want daar werken ze zes of zeven dagen per week. Ze verdienen meer, maar maken het dubbele aantal uren.”

Nu zijn er in Litouwen nog mensen voor de bediening – tijdens het gesprek met Bernie schenkt een jonge serveerster thee en frisdrank – bij horecagelegenheden. In de toekomst lijkt dit een zeldzaamheid te worden. Er is bijna niemand meer over die dat werk goed kan doen, merkt de Nederlander tijdens zijn werk. “Bediening gaat nog net, maar dat is wel echt lastig. Keukenpersoneel is een drama.”

Na de afscheiding van de voormalige Sovjet-Unie vertrokken veel mensen, de kolchozen achter zich latend.
Na de afscheiding van de voormalige Sovjet-Unie vertrokken veel mensen, de kolchozen achter zich latend.

Spookhuizen
En het houdt niet alleen op bij mensen in de stad. Wie een tocht maakt door het platteland komt in elk dorp wel een aantal verlaten huizen tegen. In een plaats als Rūdiškės, een klein dorpje op veertig kilometer van de hoofdstad, is duidelijk te zien dat aardig wat mensen hun spullen hebben gepakt en zijn vertrokken. Hier staat in bijna straat elke wel een huis waar ooit iemand in woonde en intussen zo is vervallen, dat je op moet passen voor instortende muren en daken. Soms ligt er tussen de rommel nog een foto van de voormalige bewoners, maar het meeste wat zij achter lieten is weggeroofd door omwonenden. Hier en daar staan voormalige kolchozen, collectieve landbouwbedrijven uit het Sovjet-tijdperk. Vroeger levendige plekken, maar nu zijn de overgebleven gebouwen grauw, leeg en neemt de natuur het langzaam over.

Hier zijn het niet eens vaak jonge mensen die hun geboorteland achter zich lieten, maar ook boeren. De 35-jarige Valdemaras Žilinskis, geboren en getogen op het platteland, zag het gebeuren. Veel van zijn vrienden en kennissen gingen ten onder gaan aan alcohol, of vertrokken naar betere oorden. “In Litouwen zijn weinig jongelui gebleven. Allemaal weggetrokken. Er zijn nu alleen gepensioneerden, invaliden en gekken in dit land”, lacht hij. “Die blijven over in Litouwen. Dat is een grap tussen de mensen hier. Als je een baan hebt is het minimumloon 300 euro bruto en zeker buiten de steden is dat een normaal inkomen. Voor een alleenstaand iemand is het net te doen, maar met een partner en één of twee kinderen is dat zwaar. Daarom gaan veel mensen weg naar andere landen, om geld te verdienen voor hun moeder of vader hier. De een werkt in Noorwegen, de ander Engeland en zij halen steeds meer familieleden naar zich toe.”

Veel vakantie
Vijf jaar geleden ging Valdemaras zelf ook het avontuur aan. Hij pakte zijn tas en ging naar Nederland. Nu werkt de Litouwer weer op een afgelegen camping in de bossen bij Rūdiškės, als manusje-van-alles. “Ik ging naar het westen om wat geld te verdienen. Ook wilde ik communiceren met anderen en kijken hoe mensen daar leven. Ik merkte dat Nederlanders veel op vakantie zijn. Ik dacht: waarom werken zij niet altijd? Vakantie, vakantie… dat vond ik heel interessant. Ik wilde niet terug naar Litouwen, maar omdat je in Nederland bijna alleen maar flexwerk krijgt speel je iedere keer hetzelfde spelletje. Je werkt naar een vast contract toe, maar als puntje bij paaltje komt val je weg. Dan moet je een maand rusten en daarna doe je weer precies hetzelfde werk. Dat wilde ik niet.”

Valdemaras Žilinskis: ‘Voor gezinnen is het een zwaar leven in Litouwen’
Valdemaras Žilinskis: ‘Voor gezinnen is het een zwaar leven in Litouwen’

Litouwen is zo slecht nog niet, vindt Valdemaras. “Je krijgt ergens anders wel meer, maar hier heb je een eigen huis en verdien je voor jezelf. Geen huur, geen grondkosten, alleen voor mezelf. Oké, verzekering en belasting, maar dat betaalt iedereen. In Nederland betaal je voor alles. Je trekt je portemonnee keer op keer. Voor mij is dat geen probleem als ik kon groeien in het werk.”

Lastige keuzes
Een definitieve oplossing voor de bevolkingskrimp is er niet, maar de Litouwers doen hun best. De hogescholen en universiteiten proberen buitenlandse studenten te lokken, om de krimp op te vangen. In 2012 ontving het land net geen 3000 studenten uit andere landen, terwijl dat dit jaar bijna 3200 is. De meesten komen uit Wit-Rusland en Rusland. “We proberen nu mensen uit Afrika en Azië te motiveren hierheen te komen. Zo gaf ik net les aan een groep Nigerianen”, vertelt Sarmite. De universitair hoofddocente is daarnaast voorstander van vereenvoudigde immigratie. “We zullen in de toekomst duidelijke keuzes moeten maken betreft migranten. Het huidige immigratiebeleid is bijvoorbeeld niet erg helder. Als iemand wil immigreren is dat erg omslachtig, voor elke buitenlander. Als je wilt studeren valt het mee, maar als iemand met een familie komt en wil werken kan je maar op jaarbasis een verblijfsvergunning krijgen.”

Bernie vindt in de toekomst geduld het sleutelwoord. “De mensen die weg gaan en weg blijven, zijn vaak degenen die capabel genoeg zijn om het ergens anders te redden. Ik ben altijd een beetje bang dat het de succesvolste mensen zijn. Dat is de brain drain, zoals ze dat noemen. Maar goed, je kan niet in een keer de salarissen verdubbelen. Zo werkt het niet. Dat groeit en het moet blijven groeien. Toen ik hier kwam was het minimumloon zo’n 500 lita, zo’n 140 euro. Nu is het netto bijna 240 euro. Het is niet veel, maar toch bijna verdubbeld. Zo kan je het ook zien. Mensen moeten begrijpen dat je niet snel kan groeien. Elk jaar wordt het een beetje beter.”

Dit artikel was geschreven in de lente van 2015. Statistieken lopen enigszins achter, maar niettemin zet de emigratie door.

 

Veel jongere hoogopgeleiden vertrekken, de oudere generaties blijven achter.
Veel jongere hoogopgeleiden vertrekken, de oudere generaties blijven achter.

 

Er blijft bijna niks over in verlaten huizen.
Er blijft bijna niks over in verlaten huizen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *